Vanmorgen hoorde ik op de radio dat zorgorganisaties steeds minder zzp’ers inhuren en in plaats daarvan vaker een beroep doen op mantelzorgers. Of zij die taken aankunnen of niet.
De boodschap werd bijna nonchalant gebracht. Alsof het logisch is dat we in een sector die al onder zware druk staat, de lasten simpelweg doorschuiven van professionals naar mantelzorgers.
Maar laten we eerlijk zijn: zo werkt het niet.
En zo lossen we ook niets op.
Sterker nog: we vergroten het probleem.
De feiten spreken voor zich.
Sinds de strengere aanpak van “schijnzelfstandigheid” lukt het 60% van de zorgorganisaties niet meer om de roosters rond te krijgen (BNR, feb 2025).
Volgens Tilburg University overwegen 10.000 zzp’ers de zorg te verlaten in het komende jaar (Skipr, mei 2025).
En mantelzorgers, die nu al op hun tandvlees lopen, worden steeds vaker gezien als buffer. MantelzorgNL noemt dit zelfs emotionele chantage (NOS, mei 2025).
Dit zouden alarmbellen moeten zijn. Geen nieuwsfeitjes die we voorbij laten waaien.
Wat we echt moeten zien
Mantelzorgers zijn onmisbaar.
Maar hun draagkracht is niet oneindig.
Vijf miljoen Nederlanders dragen zorg voor een naaste. Velen combineren dit met werk, gezin en soms hun eigen gezondheidsuitdagingen. Het is liefdevol werk, maar het is ook zwaar, vaak zwaarder dan de buitenwereld denkt.
Zzp’ers zijn evenmin het probleem.
Ze zijn een keuze. Een manier om veerkracht, autonomie en werkplezier overeind te houden in een sector die regelmatig overvraagd wordt. Veel van hen brengen juist ervaring, energie en vakmanschap mee dat teams krachtiger maakt.
Zorgorganisaties staan ondertussen klem. Regels, roosters, begrotingen, toezicht… het systeem kraakt, niet de mensen.
En als zzp’ers verdwijnen, vallen er gaten die niet zomaar door mantelzorgers opgevuld kunnen worden. Dat is geen strategie. Dat is paniekbeleid.
De sandwichpositie van de zorgmanager
In mijn boek De magische manager, dat half oktober verschijnt, beschrijf ik hoe een zorgmanager voortdurend balanceert tussen bestuur, team, bewoners en mantelzorgers. Een sandwich van belangen, verwachtingen en druk van alle kanten.
Juist daarom is leiderschap in de zorg geen taak; het is een vak.
Een vak dat vraagt om visie, menselijke aandacht en strategische moed.
Drie verschuivingen die wel werken
1. Maak tijd zichtbaar en bescherm de basis
Waar stroomt de tijd van je team naartoe? En waar stroomt de tijd van mantelzorgers heen?
Zijn we bezig met zorgen, of zijn we vooral aan het regelen, invullen en verantwoorden?
Tijd is het fundament van kwaliteit.
Waar tijd verdwijnt, verdwijnt invloed.
Waar tijd zichtbaar wordt, ontstaat keuzevrijheid.
2. Zie mantelzorgers als partners, niet als personeel
Mantelzorgers vervullen geen dienst. Ze dragen bij vanuit liefde.
Luisteren is hier geen luxe, maar noodzaak. Vraag wat zij wíllen bijdragen — niet wat het systeem van hen verlangt.
Het verschil tussen betrokkenheid en overbelasting zit in één vraag:
Doen ze het omdat ze willen, of omdat ze niet anders kunnen?
3. Bouw wendbaarheid in je personeelsmix
Een gezonde zorgorganisatie heeft ruimte nodig: vaste krachten, flexmedewerkers en zzp’ers.
Wendbaarheid is geen luxe; het is een randvoorwaarde voor continuïteit.
Zonder die mix raakt een team uit balans en wordt de druk onhoudbaar.
De echte oplossing ligt in anders leiden
Niet in verschuiven.
Niet in gaten vullen met mensen die al overbelast zijn.
En zeker niet in beleid dat losstaat van de realiteit op de werkvloer.
De toekomst van de zorg vraagt om managers die anders durven kijken:
Managers die bouwen aan cultuur in plaats van controle.
Die werken vanuit menselijkheid in plaats van vanuit angst.
Die vertrouwen als instrument inzetten, geen krampachtigheid.
Die liefde, dankbaarheid, geduld en bereidheid zien als strategische kracht, niet als zachte randvoorwaarden.
Het klinkt misschien vriendelijk. Maar het werkt harder dan welke spreadsheet ook.
Alleen zo houden we de zorg warm, menselijk en toekomstbestendig.
Alleen zo maken we ruimte voor echte samenwerking tussen professionals én mantelzorgers.
Alleen zo stoppen we de stoelendans en creëren we stabiliteit in een sector die dat verdient.

